Uniek en Anders - bedrijfstrainingen

 

WERKVORMEN

Voor of tegen? maart 2000, Nederlands tijdschrift voor bedrijfsopleidingen

klik hier voor een afbeelding van de originele publicatie

 

Voor of tegen?

Zwart-wit denken brengt partijen met tegengestelde belangen niet echt bij elkaar. Een bevredi­gende oplossing is dan ook zelden het resultaat. De Pro-Contra methode kan helpen de starre denkpatronen te doorbreken. Met dank aan Frank Boeijen en zoet-zout smakend snoepgoed.

De lekkernij ‘zwart-op-wit’ ― snoepgoed dat bestaat uit gemalen drop, salmiak en een zoetstof ― is bij velen van ons bekend. Het zwart-wit denken is eveneens niet onbekend. Denk maar aan het lied van Frank Boeijen: 'Denk niet wit, denk niet zwart, denk niet zwart-wit, maar iedere kleur van je hart.'

Zwart-wit denken kan echter leiden tot verstarring, verkokering, eenzijdigheid, strijd, oeverloze discus­sies en uitsluiting. De zoet-zoute smaak van zwart-op-wit, in combinatie met de muzikale klanken van Frank Boeijen, leidt tot het maken van een denkbeeldige, creatieve sprong die ons voert naar de Pro-Contra methode.

Het doel van deze methode is tweeërlei: enerzijds om te leren zelfstandig te redeneren, te argumente­ren, te formuleren en te luisteren, om daarmee zwart-wit denken te doorbreken. Anderzijds is de metho­de bedoeld om standpunten van een ander te respecteren en de eigen emotionele reacties daarop te onderkennen. Emoties kunnen immers van grote invloed zijn in het debat.

Deze Pro-Contra methode is opgebouwd uit vijf rondes:

1. Het lezen van een casus of stelling, of het tonen van foto- of videobeelden;

2. Het verdelen van de P(ro)- en C(ontra)-buttons;

3. Het op flappen schrijven van de P's en C's, zo nodig met een mondelinge
... toelichting;

4. Elkaar inhoudelijk en feitelijk bevragen;

5. Discussie.

Een voorbeeld

Aan een groep cursisten wordt de volgende casus voorgelezen: ‘In een zwakzinnigeninrichting speelt zich het volgende af. Er is een meisje dat de hele dag zit te gillen. Dat is voor de groepsleiding, maar ook voor de medebewoners niet uit te houden. Niemand kan ontdekken waar dat schreeuwen van dat meisje uit voortkomt. Nadat andere pogingen hebben gefaald, besluit de groepsleiding na overleg met de direc­tie tot de scheerschuimtherapie. Het meisje krijgt twee keer per dag enkele druppels scheerschuim in de mond gespoten. De vieze smaak doet het meisje ophouden met schreeuwen.’ (Jan Ebskamp en Henk Kroon, Ethisch leren denken, pag. 88)

Het lot beslist vervolgens wie voor of tegen deze therapeutische behandeling is: de cursisten pakken daartoe ‘blind’ een button uit een mandje. De P-groep is voor deze behandeling, de andere is tegen. Onder het zintuiglijk genot van zwart-op-wit en muziek gaan de cursisten aan het werk. Met beschreven flappen keren ze even later terug. Een korte mondelinge toelichting wordt gevolgd door het stellen van concrete, verhelderende vragen. Het stellen van vragen blijkt voor menigeen knap lastig. Het gevaar van discussie blijft permanent op de loer liggen, terwijl het in deze ronde louter en alleen gaat om het verza­melen van meer informatie aan de hand van datgene wat er op de flappen staat. Veelvuldig verpakken cursisten hun eigen mening of standpunt in een suggestieve of gesloten vraag-formulering. In de discus­sie blijkt als klap op de vuurpijl dat het eigenlijk niet eens zo moeilijk was om Pro de behandeling te zijn in tegenstelling tot de eerste Contra-intuïtie.

Conclusie

Samengevat: de cursisten leren met deze methode ethisch te denken en te handelen. Ze oefenen aan de hand van deze casus in het maken van een weging tussen de individuele en groepsbelangen en tussen menswaardigheid en mensonwaardigheid. Spelenderwijs praktizeren ze om tijdens het formule­ren van de Pro's al rekening te houden met de argumentatie van de Contra's en omgekeerd, waardoor ze rekening houden met elkaar. De grenzen van het zwart-wit denken vervagen en er wordt kleurrijk begrip gekweekt voor het feit dat een ander anders is en denkt.

■ Deze werkvorm is geschreven door Hilde Ham.