Uniek en Anders - bedrijfstrainingen

 

WERKVORMEN

Stil(l)even(s), juni 2001, Leren in ontwikkeling

klik op de foto voor een vergroting

Stil(l)even(s)

Stillevens zijn momentopnames uit het alledaagse, vergankelijke leven, door schilders vereeu­wigd op paneel of doek. In een team doen zich dagelijks op de werkvloer vele situaties voor die belangrijk genoeg zijn om als beeldregistratie te worden bestendigd. Maar naast duurzaamheid en vasthoudendheid in een samenwerkend team, is het loslaten van elkaar evenzeer van groot belang. In deze werkvorm staat het samen en alleen werken aan een stilleven centraal. Het 'even' stilstaan en opnieuw bewust worden van hoe vasthoudend of loslatend mensen in teams kunnen zijn.

DOELEN

  • stilstaan bij teamgericht en/of solistisch werken;

  • ervaren wat het loslaten kan oproepen;

  • letterlijk samenwerken en doen;

  • gezamenlijk plezier beleven.

Ter voorbereiding op de opdracht moeten in het lokaal vier hoeken worden ingericht als atelier. In ieder atelier zijn verschillende materialen aanwezig (bijvoorbeeld olie- of acrylverf, pastelstiften en houtskool). In het midden van het lokaal worden op een tafel ‘stilleven-materialen’ uitgestald: flessen, vanitas-symbolen, gekleurde lappen stof en allerlei mogelijke attributen.

DE VIJF FASEN

fase 1: een team van maximaal zestien deelnemers wordt (door middel van het grijpen in een grabbelton met vier maal vier identieke presentjes) opgesplitst in vier groepjes. Iedere groep krijgt een atelier toegewezen.

fase 2: iedere deelnemer kiest een attribuut van de tafel en neemt dit mee naar het ‘atelier’. Daar vormen de vier samen in onderling overleg uit alle gekozen voorwerpen een stilleven.

fase 3: nadat de stillevens gecomponeerd zijn, trekt iedere groep een kaart met daarop een stijl waarin het stilleven kan worden weergegeven: kubistisch, im- of expressionistisch, pointillistisch, dadaïstisch, abstract, enzovoort. Vervolgens gaan de groepen aan de slag met het schilderen of tekenen van hun stilleven.

fase 4: Na ongeveer een kwartier geeft de trainer een teken dat de cursisten met de wijzers van de klok mee moeten doorschuiven naar een volgende hoek (NB: dit is van tevoren niet aan de cursisten meegedeeld). Zo moeten ze geheel onverwacht hun eigen stilleven loslaten. Ze werken verder aan het stilleven van de andere groep. Dit doorschuifsysteem kan, afhankelijk van de beschikbare tijd, één of twee keer plaatsvinden.

fase 5: Nadat de stillevens zijn afgemaakt, volgt het reflecteren.

  • Hoe kwam de compositie tot stand?

  • Was je tevreden met de plaats van jouw attributen in het stilleven?

  • Hoe verliep het gezamenlijk aan één werkstuk schilderen en tekenen?

Vanuit deze vragen wordt vervolgens een verbinding gelegd naar de dagelijkse praktijk.

  • Hoe werk je samen?

  • Hoe prettig of lastig vind je het om samen te werken?

  • Wat beleef je aan een gezamenlijk project?

  • Hoe zorg je voor een goede balans tussen het individuele en gezamenlijke belang?

ERVARINGEN

Voor sommigen is het even schrikken geblazen om hun 'eigen’ atelierhoek te moeten verlaten: het loslaten valt tegen. Cursisten verwoordden dit als volgt: je wilt zo graag je eigen stilleven afmaken... Als je ergens mee begint, is het lastig om je werk aan anderen te moeten overdragen. Het overleg om tot een (harmonieuze) compositie te komen, wordt eveneens als lastig ervaren. Alle smaken zijn immers zo verschillend. Waarin geef je toe en wat houd je vast?