Uniek en Anders - bedrijfstrainingen

 

WERKVORMEN

Een konijn uit de hoge hoed, juli/augustus 2000, Nederlands tijdschrift voor bedrijfsopleidingen

klik hier voor een afbeelding van de originele publicatie

 

Een konijn uit de hoge hoed

Zwarte, hoge hoeden zijn vaste attributen voor goochelaars. Ze sieren in alle soorten en maten koningin Beatrix en inspireren goeroes zoals Edward de Bono, de auteur van Zes denkende hoofddeksels. De hoed functioneert in de hieronder beschreven werkvorm als blikvanger, rode draad en grabbelton op één van de jaarlijks terugkerende trainings- en bezinningsperiodes van een inmiddels vijftienkoppig team.

Het doel van deze werkvorm is:

• door middel van heldere, korte, enkelvoudige vraag-formuleringen open communiceren over heikele punten, lastige kwesties, kwetsbare plekken;

• de teamspirit stimuleren waardoor aspecten van teambuilding onopgemerkt aan bod komen;

• het gezamenlijk delen van positieve en negatieve ervaringen;

• teamleden elkaar beter leren kennen, zodat de wederzijdse acceptatiegraad kan worden verhoogd.

Vijf fasen

De werkvorm is opgebouwd uit vijf fasen.

Fase 1: Voorafgaand aan één van de trainingsdagen krijgen alle teamleden enige teksten en op­drachten toegezonden die ze ter voorbereiding moeten lezen en maken. Tevens wordt hen gevraagd daarvan een kort en bondig reflectieverslag te schrijven en op te sturen naar de trainer.

Fase 2: De trainer leest de verslagen nauwkeurig door, legt ze vervolgens weg om de inhoud enerzijds te laten sudderen en anderzijds afstand te nemen. Vervolgens haalt de trainer kern- en knelpunten uit de persoonlijke epistels. Deze worden in wat, waar en hoe vraagformuleringen geanonimiseerd en geschre­ven op gekleurde vouwblaadjes die worden dichtgevouwen en in een hoed gedaan.

Fase 3: Op het 'moment suprème' loopt de trainer uit de ruimte zodat de groep de tijd krijgt in een cir­kelopstelling zonder tafels te gaan zitten. Dit bevordert de openheid naar elkaar toe. Achter de deur zet de trainer voorzichtig een hoed op. Daarin bevinden zich immers de vouwblaadjes. Na een pittige klop op de deur loopt de trainer statig met een mooie hoed de trainingsruimte binnen. Dit onverwachte ele­ment werkt als een verrassing en wekt ook nieuwsgierigheid op. Met een diepe buiging en een sierlijke zwaai wordt de hoed met inhoud van het hoofd gehaald en in het midden op de grond gezet.

Fase 4: Het communiceren, interacteren en reflecteren op elkaar kan beginnen. De trainer biedt als eerste de hoed aan één van de teamleden aan die er een vouwblaadje met een vraag uithaalt. Het is niet de bedoeling dat het teamlid die vraag zelf beantwoordt. Dat teamlid stelt de vraag aan één van de andere teamleden van wie hij of zij graag het antwoord wil horen. Dit zorgt mogelijk voor onverwachte si­tuaties, want het doorspelen van de vraag aan een ander teamlid kan al een veelzeggend leermoment opleveren.

Fase 5: Mondelinge nabespreking, evaluatie en afronding.

De volgende vraag-formuleringen kunnen bijvoorbeeld op de vouwblaadjes worden geschreven. Wie wil je om welke reden een compliment geven? Wat irriteert je het meest op kantoor? Hoe geef je feedback aan jouw collega's? Wat zou je het liefst niet morgen, maar nu willen veranderen? Waar krijg je energie van? Wat levert je veel stress op?

Basisingrediënten

Basisingrediënten voor deze oefening zijn minimale aanwezigheid van wederzijds respect, vertrouwen in elkaar, en openheid. Door het uitvoeren van deze werkvorm groeien deze vervolgens ook weer. Er dreigt gevaar wanneer vragen te dichtbij komen, te confronterend zijn of als te bedreigend en aanvallend worden ervaren. Allerlei afweermechanismen kunnen dan opeens uit de hoge hoed worden getoverd zoals vermijden, negeren of projecteren.

De werkvorm kan ook zonder voorbereidend lees- en huiswerk worden gedaan. Op grond van de cursusinhoud kunnen cursisten zelf vragen voor elkaar formuleren.

■ Deze werkvorm is geschreven door Hilde Ham.