Uniek en Anders - bedrijfstrainingen

 

PUBLICATIES

Als woorden ontbreken... zijn er nog beelden

klik hier voor vergroting afbeelding voorwoord Bulletin Werk en Dagbesteding 2-2008 jaargang 4

Als woorden ontbreken… zijn er nog beelden.

Beeldtaal boort andere lagen in mensen aan dan spreektaal. Beeldtaal is anders. Beelden vra­gen om stilte, sensibiliteit en subjectiviteit. Gedichten, geuren en geluiden roepen beelden op. Al deze beelden vormen kleine of grote verhalen. In onze cultuur denken we bij een verhaal aan iets dat talig is. We denken woorden nodig te hebben om te vertellen. Maar een mens kan zijn verhaal ook belichamen, verbeelden of vertolken. Daarom is het vaak beter om te spreken van narratieven: zij omvatten al deze uitingsvormen.

De opbouw van dit ‘beeldend’ verhaal ziet er als volgt uit:

  1. Beelden

  2. Gedicht

  3. Geuren

  4. Geluiden

  5. Een narratieve benadering

 

1. Beelden.

Beelden zijn zo oud als de weg naar Rome. Daarvan zijn in de grot van Lascaux enkele prach­tige, prehistorische bewijzen te vinden. In 1942 werd deze grot in de vallei van de Vézère op het grondgebied van de gemeente Montignac in het Franse departement Dordogne in Aquita­nië ontdekt. Archeologen, kunsthistorici en andere deskundigen dateren de afbeeldingen op 14.000-10.000 v. Chr. Op de rotswanden bevinden zich bijzondere, figuratieve afbeeldingen van met name dieren. Bizons, herten, neushoorns, koeien, paarden, rendieren en stieren zijn herkenbaar weergegeven. Deze beelden hebben veel zeggingskracht. Ze ogen enerzijds realis­tisch, maar zien er anderzijds vervormd en naïef uit. Op sommige afbeeldingen zijn kleurvlak­ken aangebracht, bij andere zijn alleen de lijnen van een dier te zien. De oorspronkelijke grot is niet meer toegankelijk. In een naburige grot (Lascaux II) is een volledige replica gemaakt die open is voor iedereen.

In de Middeleeuwen gebruikte men beeldtaal voor ongeletterden, leken en ongeschoolden. Via beeldtaal zou men deze analfabeten beter kunnen bereiken. Bijbels werden door middel van prachtige afbeeldingen uitgelegd. Hildegard van Bingen (1098-1179) heeft met behulp van haar medezuster Richardis van Stade en magister Volmar, rector van een klooster, het theologische, filosofische “Scivias” geschreven. Sci vias Dei betekent: ken Gods wegen. De Scivias vormt enerzijds een eenheid en bestaat anderzijds uit twee aparte domeinen: het domein van het woord en dat van het beeld. Schematisch ziet dat er als volgt uit.

Het domein van het woord

Het domein van het beeld

Het benoembare staat centraal. Alles krijgt een naam. Begrippen worden in woorden en taal gegoten.

Het onbenoembare komt naar voren. Niet alles heeft een naam. Begrippen worden in beeld, kleur, vorm en symbool geuit.

Taal heeft een extraverte, centrifugale beweging naar buiten.

Beelden duiden op een introverte, centripetale houding naar binnen.

Taal is expressief, verstandelijk en abstract georiënteerd. Het spreken speelt een overheersende rol.

Beelden zijn gebaseerd op intuïtie, impressie, emotie, gevoeligheid. Het zwijgen en het onuitgesprokene figureren op de achtergrond.

Taal kunnen we verbinden met het bewuste, het hoofd, rationaliteit en cognitie.

Beelden kunnen we relateren aan het onbewuste, het hart, irrationaliteit, sensibiliteit en affectie.

Taal speelt zich voornamelijk af in het Apollinische licht en aan de oppervlakte.

Het Dionysische is gehuld in duisternis en behoeft licht.

Taal sluit af en bakent af: “God is Waarheid”

Beelden en symbolen laten nissen open voor eigen interpretatie.

Beide bronnen kunnen elkaar in de leemtes aanvullen. Beelden kunnen taal bevruchten en stimuleren, datzelfde geldt voor het omgekeerde. Het zo optimaal mogelijk benutten van beide bronnen kan een mens completer maken. Door een innige samenwerking tussen taal en beeld krijgen mensen de kans tot grote innerlijk rijkdom en daden te komen. Het aanboren van alle rationele en irrationele menselijke mogelijkheden stelt mensen in de gelegenheid om veelzijdiger te worden. Dit geldt niet alleen voor de Middeleeuwen, maar is ook heden ten dage nog steeds relevant.

2. Gedicht.

ergens moet het zijn

een soort verwilderde tuin

van oude stilte

de boom voor het huis

zacht wazelt hij zijn verhaal

niemand begrijpt het

het heeft geregend

de tuin dampt goede geuren

aarde die verlangt

J.C. van Schagen uit: “Ik ga maar en ben”.

Van Oorschot, Amsterdam, 1981.

Een talig gedicht met een huis, boom, tuin, regen, geuren… De woorden herkennen we alle­maal, maar de beelden die we krijgen zien er telkens anders uit. De huizen waarin wij wonen verschillen en tuinen zijn er in allerlei soorten en maten. Soms met bomen, dan weer zonder. Vol bloemen of gevuld met een vijver. Geuren variëren. De tuin ruikt in de winter anders dan in het voorjaar wanneer hyacinten hun odeur verspreiden. In de zomer trekken felgekleurde bloemen zoemende bijen en fladderende vlinders aan en de herfst bereidt zich voor op de dalende temperaturen en laat bladeren met zacht geruis vallen.

Welk beeld roept dit gedicht bij u op?

Wat ziet u in uw tuin?

3. Geuren.

Overal om ons heen zijn grote en kleine verhalen. Iedereen en alles heeft een eigen, waar gebeurd of fictief verhaal. Vroeg of laat kruisen levensverhalen van jonge en oudere mensen elkaars pad in organisaties van zorg en welzijn. Levensverhalen zijn van onmisbare waarde en vormen belangrijke schakels in de uiteenlopende persoonlijke, professionele en publieke relaties.

De ribes.

Vrijwilligster Els gaat minimaal eenmaal per week op bezoek bij mevrouw Kloosterman die in een verzorgingshuis woont en licht dementeert. Ze drinken thee, bekijken foto’s van vroeger of maken een ommetje buiten de deur. Zij hebben een vaste wandelroute. Bij de huisdeur gaan ze rechtsaf en bij de buitendeur nogmaals rechts. Via een mooi, kronkelend wandelpad met kleine klinkers lopen zij naar een volière waar een paar bankjes staan. Ze gaan altijd even zitten om uit te rusten. Op het tweede deel van de route lopen zij langs wat bloemen en struiken. Steevast elk voorjaar, als de roze ribes bloeit, komt het verhaal van de stadse mevrouw Keizer. Mevrouw Keizer hoeft de ribes slechts te ruiken of haar herinnering komt tot leven:´Toen ik een jaar of vijfentwintig, was logeerde ik op het platteland bij de familie Visser in Doetinchem. Ze hadden een hele mooie tuin vol fruitbomen en bloemen. De roze ribes in hun tuin zal ik nooit vergeten. Die rook in het voorjaar zo lekker. Ribes heeft een hele sterke kruid­achtige geur. Maar het allermooiste eraan was het nestje van de merel. Ieder voorjaar was het gevuld met eitjes die na verloop van tijd uitkwamen.’

Elk levensverhaal dat iemand over zichzelf vertelt is bijzonder. Er zijn er geen twee gelijk. Dit unieke, individuele karakter maakt dat sommigen de vertelling zien als de belangrijkste bron van informatie over de persoon die het betreft. In de thema’s die iemand aan de orde stelt, maar ook in de nuances, subtiliteiten en dingen die worden weggelaten manifesteert zich het levensschema dat iemand voor zichzelf hanteert. Mensen (door)leven hun verhaal. Ze zijn en vormen een verhaal.

De ribes in het heden is een trigger voor de ribes in het verleden. Niemand hoeft iets te zeg­gen. De geuren en kleuren van de ribes doen hun werk. Geuren verdwijnen immers niet uit ons geheugen.

Citroengeraniums.

Het is de laatste middag voor de zomervakantie. We zitten in de klas, maar leren hoeven we niet meer. We hebben net spelletjes gedaan op het schoolplein. Nu is juf aan het voorlezen. Ik luister niet echt. Ik kijk steeds naar de vensterbank, naar de lange rij planten die daar staat. Later zal ik leren dat het citroengeraniums zijn. Straks, voor we naar huis gaan, zal juf die planten uitdelen, zodat de kinderen er thuis voor kunnen zorgen. Ik ken dat draaiboek precies, want ik heb nu drie jaar bij haar in de klas gezeten. Volgend jaar krijgen we een meester en die heeft geen planten. Dit jaar is dus mijn laatste kans om er één mee te krijgen. Hoewel kans? Nee, die is nul, want ik ben een jongen en juf huldigt om een of andere reden de opvatting dat planten iets voor meisjes zijn. Die lopen er dus straks mee naar buiten. Ik ben weer net zo treurig als de twee voorafgaande jaren. Ik zou ook zo graag voor een plant zorgen en hem na de vakantie prachtig gegroeid aan juf terug geven. Het vragen durf ik niet, want dan lachen ze me misschien uit dat ik een meissie wil zijn.

Maar nog steeds kan de lucht van citroengeraniums dat oude gevoel oproepen van iets heel graag willen wat onmogelijk is.

Eric Esser, Nijmegen . Citroengeraniums. In: Psychologie, januari 1992, pag. 54.

Welke geuren zijn verankerd in uw geheugen?

Welke herinnering heeft u aan uw lagere schooltijd?

Het zelfbeeld van een mens wordt volgens de huidige inzichten in de psychologie gevormd door verhalen die mensen vertellen over eigen ervaringen en herinneringen. Vertellen over de citroengeraniums is delen met anderen. Delen met anderen kan helend werken. Als wij het le­vensverhaal van iemand kennen, kan dit anonimiteit of onbegrip voorkomen. Verhalen kunnen ook (vastgeroeste) beeldvorming beïnvloeden, waardoor deze verandert, al is het soms heel laat.

4. Geluiden.

Evenals geuren kunnen geluiden, geestelijke liederen, klassieke muziek, ritmes of canons onbewuste beelden, verhalen en herinneringen oproepen. Muziek kan mensen op vele manieren beïnvloeden. Muziek kan stimuleren, inspireren, kalmeren, opzwepen, ontroeren, herinneringen teweegbrengen, energie geven en voor catharsis (loutering, heling, bevrijding) zorgen.

Welk beeld roept de volgende canon bij u op?

Vader Jacob

Vader Jacob, Vader Jacob

Slaapt gij nog? Slaapt gij nog?

Alle klokken luiden, Alle klokken luiden

Bim, bam, bom Bim, bam, bom

Als muziek en beeld samengaan, kan dit verhalen opleveren die in ons geheugen gegrift komen te staan. Een mooi voorbeeld is de muziek van Carel Kraaijenhof op de bandoneon en het Concertgebouw Kamerorkest die Adiós Nonino spelen. Dit is niet zomaar een lied. Het is een tango, gecomponeerd door Astor Piazzolla, die het lied in 1959 voor zijn zieke vader schreef. De titel van het lied is een samentrekking van het Spaanse woord voor ‘vaarwel’ en het Italiaanse woord voor ‘grootvader’. Piazzolla’s vader was Italiaan. Piazzolla was met deze compositie bezig afscheid te nemen van zijn vader. In de composities van Piazzolla zijn sporen uit zijn levensverhaal terug te vinden. Deze werden verbonden met de sporen in het levensverhaal van prinses Máxima. Zij moest immers ook vaarwel zeggen tegen haar vaderland.

Zodra we die muziek Adiós Nonino op de trekharmonica met toetsen horen, koppelen we dit (bijna allemaal) meteen aan het huwelijk van Prins Willem Alexander en Prinses Máxima (2-2-2002). Dat herinneringsmoment is voor sommigen nog specifieker. Zodra ze de muziek ho­ren, zien zij het televisiebeeld van de traan van prinses Máxima automatisch naar boven komen. Kennelijk blijft allerlei (belangrijke of minder belangrijke) informatie in een of ander laatje van ons geheugen opgeborgen.

Welke muziek ontroert u?

Wat vindt u fijne geluiden?

5. Een narratieve benadering.

Uitgangspunt bij de narratieve benadering is wederkerigheid. Daarbij gaat het niet alleen om het verhaal van de hulpvrager, maar ook om de narratieven van de hulpverlener. Beide zijn de moeite waard en mogen gedeeld, gehoord en zo nodig verwoord worden.

Hulpverleners en hulpvragers dragen persoonlijke narratieven met zich mee die aan de ene kant specifiek zijn. Aan de andere kant vertonen die verhalen ook talloze overeenkomsten met elkaar. Zo komen we vroeg of laat momenten van groei en verval, vreugde en verdriet tegen. Geboorte en dood liggen soms dicht bij elkaar, trouwen en rouwen lijken aan de orde van de dag. Vragen die u daarbij aan uzelf kunt stellen zijn:

Welk verhaal vertelt u over uw eigen leven?

Wat deelt u wel of niet met anderen?

Hoe zag uw ouderlijk huis eruit?

Hoe kijkt u terug op uw leven (daarbij maakt leeftijd niet uit)?

Welke betekenissen kent u toe aan levenservaringen?

Welke hoogte- en dieptepunten markeren uw levenslijn?

Wat draagt u uit het verleden altijd mee in het heden?

Een bewoner vertelt u het verhaal van de ribes of citroengeranium. Een andere bewoner begint na het luisteren van Adiós Nonino over het huwelijk van het prinselijk paar.

Wat doet of laat u als hulpverlener met die verhalen?

Wat is het onderliggende thema in het verhaal van de citroengeranium?

Voor een hulpverlener is het belangrijk om er gewoon te zijn en aandachtig en sensibel te luisteren. Zo mogelijk zoekt hij een ribestak of citroengeranium om de zintuiglijke ervaring te delen. Soms is het delen van die ervaring voldoende. Dan weer wordt de beleving verwoord. Uitdrukking proberen te geven aan emoties kan naar voren komen in het delen van narratieven. Vervolgens kan samen op zoek worden gegaan naar de betekenis van beelden, geuren, geluiden en voorwerpen. Over en weer kunnen vragen worden gesteld om de essentiële boodschap eruit te halen. Een doel daarvan is om tot wederzijds begrip te komen. Een hulpverlener kan de kern van een verhaal verwoorden om bij de ander te checken of het verhaal klopt.

Narratieven kunnen kleine aanknopingspunten vormen in de levensverhalen van hulpvragers en hulpverleners. Uiteindelijk kunnen ze het wederzijdse begrip bevorderen.

Tot slot wordt er in de zorgsector heel veel gepraat (en geschreven). Iedereen die de taal be­heerst doet een duit in het zakje. Maar er zijn ook grote groepen mensen die niet in staat zijn om via taal met anderen te communiceren. Hersenbloedingen, coma’s, virusinfecties, verstandelijke beperkingen of dementie zijn doorgaans in meer of mindere mate funest voor het taalgebied in de hersenen. Hulpvragers worden daardoor gedwongen op een andere manier te leren communiceren. Zij kunnen daarbij terugvallen op het gebruik van beelden, gedichten, geluiden, geuren, voorwerpen en pictogrammen.

Hilde Ham is humanisticus en kunsthistoricus. Ze werkt als adviseur/trainer/coach vanuit haar eigen bedrijf www.uniekenanders.nl. Verder doet zij onderzoek naar de betekenis van het kwaliteitsinstrument IOF (Intercollegiaal Overleg Fysiotherapeuten). hildeham@uniekenanders.nl